Hij noemt zichzelf een ‘onderzoekend en ambachtelijk stoelontwerper’ en dat is hij ook. Sjoerd Vroonland weet met zijn nieuwe constructietechnieken ouderwets goede meubels te maken die het in zich hebben om – net als de stoelen waar hij zich door laat inspireren – instant klassiekers te worden.
Auteur Bieke van der Mark
Sjoerd Vroonland heeft iets met stoelen. ‘Ze zijn de graadmeter van ons technisch kunnen,’ zegt hij. ‘Alle aspecten van het ontwerperschap komen erin tezamen. Een stoel is functioneel, maar je kunt hem in sommige gevallen ook als showpiece neerzetten.’ Van dat laatste is zijn majestueuze Pitrietstoel – vorig jaar aangekocht door het Zuiderzeemuseum – een lichtend voorbeeld, terwijl hij met zijn Extention chair op ludieke wijze inspeelt op de manier waarop stoelen tegenwoordig vaak worden gebruikt: als kapstok. Moooi nam laatstgenoemde stoel onlangs in productie.
Nog geen jaar geleden studeerde Vroonland af aan de ArtEz en richtte hij in Arnhem zijn eigen studio op. Net als zijn compagnon, die zich over de technische doorontwikkeling van zijn ontwerpen ontfermt, doorliep hij voorafgaand aan de academie eerst het Hout- en Meubileringcollege. Deze gedegen ambachtelijke scholing is overduidelijk in hun producten terug te zien, waarbij ze echter wel voortdurend naar vernieuwing op zoek gaan. De door het duo ontwikkelde, rubberen variant op de oeroude pen-en-gatverbinding is daar een goed voorbeeld van.
Voor zijn eerste collectie Revised Craft, nu nog in wording, laat Vroonland zich inspireren door vroeg-industriële meubelontwerpen zoals het lederen fietszadel van de firma Lepper en de Butterfly Chair van George Ferrarie. Met behulp van een stamboom maakt hij inzichtelijk hoe zijn stoelen hiervan afstammen. In de eerste fase ontwerpt hij een conceptstoel, vaak een kostbaar pronkstuk zoals de Pitrietstoel. Hierin wordt de te gebruiken techniek verkend die in de tweede fase wordt doorontwikkeld tot een commerciëler model dat opnieuw wel weer duidelijk afstamt van zijn voorganger. ‘Er wordt op dit moment veel te veel zooi gemaakt,’ zegt Vroonland. ‘Ontwerpers zouden zich wat meer moeten verdiepen in de herkomst van een product. Alleen dan kom je volgens mij tot iets nieuws dat écht de moeite waard is.’
Vormvrij
De Thonet-stoel met zijn toentertijd revolutionaire gebogen, massiefhouten frame is een andere belangrijke inspirator geweest. ‘Wij hebben eerst heel goed gekeken naar hoe Thonet het in 1859 deed. Vervolgens hebben we ons afgevraagd hoe wij dat in 2010 zouden aanpakken.’ In de eerste fase bedacht Vroonland een manier om net zo vormvrij te zijn als Thonet. Hij kwam uit op de kraal als constructie-element. Vroonland: ‘Een kraal is rond, heeft geen begin en geen eind. Door er een soort kogelgewricht in te frezen en de kralen aan een stalen ketting te rijgen en strak te spannen, kun je een compleet stoelframe creëren.’
De vorm van dit frame ontwierp Vroonland niet met de computer of op papier, maar één op één. ‘Ik ontwerp altijd heel fysiek. Met behulp van een zelfgemaakte ontwerplineaal, in dit geval een staaldraad met kralen, kan ik de stoel letterlijk om me heen mouleren. Dan weet ik gelijk of hij lekker zit en of het ontwerp er goed uit ziet.’ De nogal ambitieuze conceptversie van de kralenstoel die hieruit voortvloeide was een drama om te maken, bekent Vroonland, ‘Maar hij laat wel in één oogopslag zien wat we allemaal kunnen met deze nieuwe techniek. Het tweede model is al stukken beter reproduceerbaar.’

